De laatste dagen

De laatste paar dagen werden gesleten aan het strand met een uitstapje naar Tyrus en met een rondje Dutchbatt. Vervelend was dat de IDF vanaf hun post bij Tyre barracks net schietoefeningen hielden richting Middellandse zee terwijl wij net onze handdoek daar hadden uitgespreid. Verkassen was de beste keus. Echt druk hebben we ons verder niet meer gemaakt. Na een 1/2 jaar intensief geleefd te hebben was het "zwaai" "zwaai" voor "oud" meer dan verdiend.

 

OUD WAS MOE,
OUD WAS AAN,
ROTEREN TOE.
Laatste avond

De laatste avond op de brigade, de overhandiging van een blijvende herinnering, het schild van het Dutchbatt gebied, woorden van dank en waardering door onze "ouwe", een diploma voor schadevrij rijden en verder veel herinneringen. Een afscheid van de collega's die nog 3 maanden moesten en de aflossing die nog een 1/2 jaar voor de boeg had, een afscheid van een huis dat een stukje "thuis" voor mij was geworden, een afscheid van de collega's, waarmee een 1/2 jaar was opgetrokken en een deel van je leven waren geworden en afscheid van de "ouwe" mijn  2e vader.

Roteren

Na de allerlaatste rit van Haris naar het vliegveld van Beirut, volgde de uitreiking van de Nederlandse herinneringsmedaille. De op een na laatste ceremonie voordat het echt afgelopen, over en uit was. Helaas heb ik nooit de foto's ontvangen van de uitreiking van deze medaille, wat rest is de medaille en de daarbij behorende toekenning. Een 1/2 jaar verder, "vers" is "oud" geworden. "Oud" mag naar zijn geliefde en naar huis, maar wilde "oud" wel naar zijn geliefde en huis ? Ja en nee. Ja voor zijn geliefde en thuis. Nee voor de collega's, sfeer, werk, de broederband en de niet lullen maar poetsen mentaliteit. Na de uitreiking van de Nederlandse herinneringsmedaille was het dan zover. "Oud" marcheerde langs "vers" onder een klaterend applaus, een kippenvel moment. De cirkel was rond, "vers" was "oud" en ontving het applaus. Wat blijft zijn de herinneringen, de gevoelens van kameraadschap, al lang niet meer de dagen,  maar wat rest zijn slechts de momenten. when Johnny come marching home

JE MOET ER GEWEEST ZIJN

Legeraalmoezenier Cees Querelle was voor een 2e periode van zes maanden in Libanon om daar te zorgen voor de Nederlandse militairen die daar in opdracht van de Verenigde Naties met anderen de vrede proberen te bewaren. Hij schreef ons vanuit het Hoofdkwartier van Dutchbatt in Haris.

Je moet er geweest zijn
In 1979 stelde Luitenant-Kolonel Turpijn een onderzoek in naar de situatie bij Dutchbatt in opdracht van de Chef Generale Staf. En een van zijn aanwijzingen was: 'Je moet er geweest zijn om alles te kunnen beoordelen.'
Want wie begrijpt de brieven, geschreven na een onverwachte beschieting? Wie verstaat het zwijgen van zoon of man, die na vier of zes maanden dienst in UNIFIL uit Libanon terugkeert?
Wie onderscheidt waarheid en verzinsel in een overigens wel kleurrijk artikel in een weekblad?
Je moet er geweest zijn om tot de overtuiging te komen dat de Nederlandse bijdrage aan UNIFIL waarde heeft.
Iedereen is er wel van overtuigd, dat het Midden-Oosten de lont in het kruitvat voor een ramp in onze wereld zou kunnen worden. Maar is iedereen er ook van overtuigd dat elke poging, welke dan ook, waard is beproefd te worden, opdat niet geschiede wat we vrezen?

En die invasie dan?
Ik geloof dat dit een eerste gedachte is wanneer je geconfronteerd wordt met de tegenstellingen tussen ons werk in Zuid-Libanon en wat je daarover in Nederland nog al eens hoort.
'Die aanwezigheid van jullie lost niets op. Kijk maar naar de invasie van Israël. Die konden jullie niet stoppen.'
We vergeten dan dat het stoppen van zo'n militaire actie niet tot de taak van de UNIFIL hoort. We vergeten dan ook, dat de lichtbewapende vredesmacht van UNIFIL niet in staat is een adequaat antwoord te geven op een optreden van een dergelijke omvang.
Menigeen die hier was tijdens de invasie, wilde wel, maar kon, noch
mocht, er iets aan doen. Ook binnen het bataljon waren mensen die daar geen vrede mee hadden en onze taak zo zinloos vonden. Maar nu we na een paar maanden wat kunnen terugkijken, moeten we toch wel erkennen dat onze aanwezigheid zin heeft gehad en het nog heeft. De burgerbevolking van UNIFIL-gebied heeft niet één slachtoffer te betreuren.
Ondanks de aanwezigheid van diverse strijdkrachten in Libanon blijft het rustig. Zo rustig, dat wij een toevlucht zijn geworden voor Libanezen uit andere delen van dit land; zo rustig ook dat de mensen hier door blijven gaan met het bouwen van hun huizen, het aanleggen van waterleiding, het asfalteren van hun wegen en zoveel andere dingen meer.
Wanneer wij zouden twijfelen aan ons bestaansrecht, moeten we maar eens praten met een Libanees, die ons, wanneer met een oefening onze pantserwagens in een groter dan normaal aantal langs de weg rollen, ons verschrikt vraagt of we weg gaan. Hij weet beter dan wij dat ons vertrek voor hem nieuwe onrust, waarschijnlijk nieuw geweld betekent.

Als bij een voetbalwedstrijd
Ik heb ons zelf in het bataljon wel eens vergeleken met agenten bij een voetbalwedstrijd. De aanwezigheid van agenten, goed herkenbaar, bij een wedstrijd houdt kettingen en boksbeugels in de broekzak. Na de wedstrijd zal deze of gene agent zich ook wel afvragen waarom hij zo nodig aanwezig moest zijn, vooral als hij niet van voetballen houdt. In het Evangelie zegt Christus het iets anders wanneer Hij mensen voorhoudt, dat de heer des huizes zou blijven waken, als hij wist op welk uur van de nacht de dief zou komen (Mt 24, 43). Ik denk dat we hier met een tegenstelling te maken hebben in onszelf. Onze taak hier is ons niet op het lijf geschreven. We willen zo graag wat doen: vrede realiseren, desnoods ten koste van geweld. Het zweet van ons aanschijn spreekt meer aan dan het dienstdoend waakzaam zijn.

Dit leven vreet aan je
Ja, je moet er geweest zijn, om iets te begrijpen van zo'n zesduizend Nederlandse militairen, die tot nu toe dienst hebben gedaan in 'Dutchbatt'. Als de mannen na vier of zes maanden naar huis gaan, is bijna iedereen blij dat zijn tijd erop zit. Het leven hier vreet aan je, al wil je dat niet erkennen en al schaam je je erover.
Na mijn eerste verblijf hier heb ik daarover gesproken met mensen die Zuid-Libanon niet kennen. Ze verbaasden zich erover dat de 'Nederlandse soldaat' zich door zo'n korte tijd in Libanon liet kennen. Ik heb er ook over gesproken met mensen die hier gediend hebben en ook soldaat zijn geweest in Indonesië of Zuid-Korea. We kwamen tot de conclusie dat één jaar Korea of twee of drie jaar Indonesië de voorkeur verdienden boven een halfjaar Libanon. We hebben de gezocht naar de oorzaken.
Een eerste oorzaak ligt in het feit dat wij opgeleid zijn voor een actieve oorlogstaak en hier het geweer aan de voet moeten houden. Onze ingebakken agressiviteit vindt hier geen uitweg en soms is er zoveel geweld dat je als het ware vanzelf naar een wapen zou grijpen. Vervolgens is er een grote onzekerheid die ons geen goed doet: blijven we wel of blijven we niet en met hoeveel maanden wordt het mandaat verlengd? We begrijpen best dat die onzekerheid het gevolg is van de soms dagelijks wisselende politieke situatie, maar het blijft aan je vreten als je de directe gevolgen ervan ervaart.
Die onzekerheid is er ook bij de Staf UNIFIL, die terughoudend moet zijn in de infrastructuur op logistiek gebied. Wel begrijpelijk, maar lastig als het bataljon klaargemaakt moet worden voor de komende winter en je niet weet waar je het materiaal vandaan moet halen. Een volgende oorzaak vinden we misschien ook in de voortdurende paraatheid die hier opgebracht moet worden. We zijn gewend aan die enkele oefening of schietserie, waarvan je moe maar voldaan terugkeerde. Hier mag je niet moe worden en 'voldaan' zijn we nog nooit geweest, omdat we weten of denken dat het beter zou kunnen. Wanneer ik daarbij bedenk dat dit allemaal plaatsvindt tegen een decor van warmte waar we niet aan gewend zijn, tussen mensen die een andere mentaliteit bezitten en met wie je alleen in het Engels of Frans of met armen en benen kunt praten en in hygiënische omstandigheden die we thuis anders gewend zijn, dan heb ik de overtuiging dat het oordeel over Dutchbatt in UNIFIL niet negatief uitvalt....
Persoonlijk en met mij velen, geloof ik in UNIFIL en in DUTCHBATT. Ik geloof in de Nederlandse man en jongen die hier geweest is. Je moet er geweest zijn om dat te begrijpen.

CEES QUERELLE
Aalmoezenier UNIFIL, DUTCHBATT