Eind oktober begin november werd de opleiding in Assen afgesloten met het ophalen van een dubbele psu uitrusting, de ontvangst van de nodige mouwemblemen en de felbegeerde blauwe baret. Na het appel kon er huiswaarts gekeerd worden om de dag daarna terug te keren voor de zogenaamde "ouderdag", die echt het einde van de opleiding markeerde. De ouderdag werd gevolgd door een week inschepingsverlof. Eindelijk was het dan zover, 16 november 1982. Afscheid nemen thuis van familie en vrienden en op naar Assen. Gebracht tot aan de kazernepoort, bijna 12.00 uur, tijd voor een laatste groet, een innige omhelzing van mijn vriendin. Daar sta je dan met 2e plunjezakken vol. Na melding bij de wacht, nog een keer achterom kijkend en zwaaiend en wat je dierbaar was voor een 1/2 jaar achterlatend, terug in de kazerne.

Om 13.00 uur appel en bekendmaking van het programma van die middag en avond, wat inhield, laatste controle van je bagage, labelen van je plunjezakken, halen van de nodige prikken, dollars, laatste instructies en de benodigde administratie.

Het middagprogramma zal tot ongeveer 17.00 uur gelopen hebben. Na de warme maaltijd, werd de tijd stukgeslagen in de kantine, de bioscoop en met een paar uur slaap. Ergens midden in de nacht werden we gewekt, en na gegeten te hebben appel en gereedmaken voor vertrek per touringcar naar Schiphol. Eenmaal op Schiphol aangekomen, weer appel en aantreden voor een vertrek toespraak van de generaal Gilissen. Een laatste kop koffie en het in ontvangstnemen van het ticket, waarna eindelijk kon worden ingecheckt. Eindelijk was het dan zover, onderweg naar Beirut.

 

ROTEREN TUSSEN TWEE WERELDEN

Als de Super DC 8 met het blote-voeten-op-het-koude-zeil-geluid de baan raakt klinkt er applaus op uit de passagierscabine. De ca. honderdvijftig Unifillers die de nieuwe rotatie vormen van het Nederlandse VN Detachement in Libanon, zijn deels opgelucht, deels uitgelaten. Opgelucht, omdat de urenlange vlucht van Schiphol erop zit, uitgelaten, omdat nu eindelijk het moment is aangebroken waar zij zeven maanden naar hebben toegeleefd. Terwijl het vliegtuig op de baan van Beiroet uitrolt flitsen de eerste indrukken van deze nog steeds belangrijke luchthaven van het Midden-Oosten op ons af. Het platform voor het stationsgebouw levert een wat chaotisch beeld, dat in de verste verte niet lijkt op dat geordende geheel, dat wij op Schiphol hebben achtergelaten. Wat op onze internationale luchthaven ten strengste verboden is, is hier de normaalste zaak van de wereld. Voertuigen in alle soorten en maten rijden kriskras tussen de geparkeerde vliegtuigen en storen zich zelfs niet aan de meest elementaire regel van het verkeer: rechts houden.

Het maakt de zaak levendig, dat wel. Het vale stationsgebouw vertoont duidelijk sporen van oorlogsgeweld. De nog uit betere tijden daterende lichtreclame letters die de passagiers in drie talen welkom heten in Libanon hangen wat armoedig aan de voorgevel. De grote klok is mét zijn wijzers de tijd kwijt geraakt. Toch moeten wij ons niet verkijken op dit rommelig geheel, want dagelijks landen hier vliegtuigen, waaronder Jumbo Jets, van internationale luchtvaartmaatschappijen, en de MEA, de Middle East Airlines, onderhoudt van hieruit tal van lijndiensten op plaatsen tot diep in Europa. Opstapbussen brengen ons langs de hangars en de witte prefabs van Movement Control, dat alle vliegverkeer voor de VN regelt, naar een platform voor een niet afgebouwde hangar. Het decor van deze doodlopende zijarm wordt gevormd door gesloopte opstapbussen en schroefvliegtuigen, variërend van de roemruchte Dakota's tot een Catalina watervliegtuig , die geveld zijn door de tand des tijds. Wat verderop liggen de wrakstukken van helicopters, die in tegenstelling tot hun grote broers, hun luchtwaardigheid door voltreffers tijdens en na de burgeroorlog in rook zagen opgaan.
 
Daar sta je dan als bedremmelde rotant, je ogen uitkijkend op deze vergane glorie. Het zal niet het laatste trieste beeld zijn, dat wij op onze weg naar Haris zullen tegenkomen.

 

 

OUD & NIEUW

Na een geslaagde landing werd er opgesteld tussen de hangars waar de gebruikelijke welkomstoespraak gehouden werd door de zittende en de komende bataljonscommandant. Veel van wat er werd gezegd ging verloren in de herrie van de landende en stijgende vliegtuigen en onder de 1e indrukken. Een paar "opbeurende" woorden van de zittende bataljonscommandant, beter als wat er op dat moment wegging was er niet, daar konden we het als "nieuwe" meedoen.

                    

   

overste Schenk                        overste Geerlings

 

 

DEFILE

Na de toespraken was daar eindelijk het moment waar "nieuw" een haag vormde voor "oud". Onder een luid applaus van "nieuw" marcheerde "oud" af. De brandende vraag op dat moment was; hoe zou dat over een 1/2 jaar aanvoelen om als "oud" onder applaus van "nieuw" af te marcheren ? Maar goed dat is vooruit lopen op de feiten en de site.

Van Beirut naar Haris

Deze routebeschrijving is een momentopname gemaakt in de zomer van 1980. Sindsdien hebben zich in dit woelige land onherroepelijk veranderingen voorgedaan, die ook van invloed kunnen zijn op wat u onderweg te zien krijgt. U dient daarom voorbereid te zijn op detail afwijkingen. Voorts moeten degenen die in de winter maanden roteren, zich realiseren dat hun uitzicht uit de Franse trucks die hen naar Haris brengen danig zal zijn gereduceerd door de dekzeilen die hen tegen kou en - soms zelfs hevige - regen moeten beschutten. Bovendien zullen zij ervaren dat tegen de tijd dat zij in UNIFIL-gebied arriveren de duisternis is ingevallen. Toch behoudt de routebeschrijving ook voor hen zijn waarde. Immers als zij van hun eerste verlof uit Nederland terug keren kunnen zij het nog allemaal eens op hun gemak bekijken. Ten slotte nog enige praktische wenken: het verdient aanbeveling de tekst vooraf al eens door te lezen; tijdens de rit kunt u zich beperken tot de normaal gezette tekst; de cursieve gedeelten er de bijlagen kunt u eventueel voor later bewaren. Wellicht ten overvloede zij er op gewezen dat gepubliceerde foto's werden gemaakt met uitdrukkelijke toestemming en begeleiding van alle betrokken partijen. Fotograferen onderweg blijft daarom verboden.

 

Na de ceremoniële over dracht, waarbij net Wilhelmus zowel de komende als de gaande man een paar keer doet slikken, klauteren wij in de hoge “camions"  van Frenchlog, het Franse logistieke VN-bataljon, dat doorgaans het massale personen- en vrachtvervoer voor zijn rekening neemt. Dat deze vrachtwagens door Fransen worden bereden valt onmiddellijk af te leiden aan de letters NU, afkorting voor Organisation des Nations Unies.  Zo spreken de Fransen ook van FINUL; en niet van UNIFIL, het is maar een weet. Langzaam rijdend verlaat de colonne de zijuitgang, ook wel MEA-uitgang genoemd, het vliegveld, de grote trek gaat beginnen.

ADF

Aan de overkant van de brede boulevard -schuin-rechts tegenover de uitgang - ligt een kampement van de Syriërs, die de Arabische vredesmacht in Libanon vormen. Dat het Syriërs zijn is te zien aan de Russische uitrusting, hun doorgaans groene baretten met adelaarembleem - of de voor de Oostblok-landen zo typerende helm - en de eveneens Russische voertuigen, die hier duidelijk zichtbaar geparkeerd staan. De grote draaiende radar-antenne heeft niets met het kampement te maken, maar behoort daarentegen tot de verkeersleiding van het vliegveld. De colonne slaat linksaf richting stad en passeert na zo'n 300 meter het eerste roadblock van de ADF, zoals de Arabische vredesmacht hier wordt genoemd.
De Syrische soldaten lijken nauwelijks geïnteresseerd in het voorbij rijdende verkeer, maar vergis je niet. Elke wagen krijgt wel degelijk afzonderlijk een teken om door te rijden en misverstanden worden doorgaans in het nadeel van de bestuurder opgelost. En het minste wat hij daarbij kan oplopen is een lek geschoten band. Het is dan ook verplicht voor alle UNIFIL voertuigen bij roadblocks te stoppen en op het door rijteken te wachten.
Wij komen vervolgens aan een open vlakte. Aan de rechterkant daarvan zien wij wildbouw van allerlei huisjes, schots en scheef tegen elkaar aangezet. Velen verslijten dit voor een Palestijns vluchtelingenkamp. In werkelijkheid wordt het echter hoofdzakelijk bewoond door arme Libanezen, die tijdens de Israëlische inval in 1978 uit het zuiden zijn gevlucht en in deze clandestiene bouwsels een schamel bestaan leiden. Kort daarna slaan wij tweemaal links af, volgen even de boulevard in omgekeerde richting en draaien dan een smalle weg op, die een doorsteek vormt naar de grote kustweg. Net na de afslag opnieuw een checkpoint van de ADF. Halverwege links is een rijschool, als je ten minste deze wijdse benaming mag geven aan de verzameling oude Willy's jeeps.

OUZAY

Aan het einde van de weg ligt een buitenwijk van Beiroet, Ouzay genaamd. Vóór de burgeroorlog was het niet meer dan een straat met een paar huisjes. Nu is het een lange rij bouwsels waar alweer Libanese vluchtelingen, in hoofdzaak Shia moslims, als het ware onder de startbaan een onderdak hebben gevonden. Het zijn de allerarmste kleine zelfstandigen, die op alle mogelijke manieren aan de kost proberen te komen. Wij slaan nu linksaf in zuidelijke richting de brede kustweg op. Ook hier aan weerskanten rijen winkeltjes, garages en kleine restaurants die door de vluchtelingen worden gedreven.

Op een gegeven ogenblik houdt de bebouwing aan de linker kant van de weg op. Wij rijden langs het vliegveld, dat voornamelijk schuilgaat achter een hoge aarden wal, die overgaat in een gigantische vuilnisbelt. De stank zal dan ook erg toenemen, ook al omdat er hier een open riool in zee uitkomt. Na een paar kilometer houdt de grote autoweg bij het kruispunt van Khaldé op. Hier begint de oude weg van Beiroet centrum naar Saida, hier ook kruist de oude kustspoorlijn naar Naqoura de weg. Aan weerszijden van de weg staan radiomasten, die horen bij Radio Oriënt, een station dat destijds nog door de Fransen is gesticht.

KHALDE

Het kruispunt van Khaldé is van tactisch belang, vandaar ook dat er een controlepost van de ADF is ingericht.

Even voorbij de kruising zien wij links en rechts tenten en golfplaathuisjes, tijdelijke - wat is hier tijdelijk - behuizing voor de voormalige bewoners van het kamp Quarantina in Oost-Beiroet.

Zij zijn destijds na de bloederige belegering van dit kamp en het beruchte Tall Zaatar, dieptepunt uit de burgeroorlog waarover meer naar deze plek getrokken, waar zij met het fokken van schapen en geiten voor de slacht in hun levensonderhoud voorzien. Men moet ze niet verwarren met de Bedoeïenen en zigeuners - herkenbaar aan de huisvormige lappententen - die een paar kilometer zuidwaarts langs de weg zijn neergestreken.

Deze Bedoeïenen leiden geheel uit vrije wil een zwervend bestaan - men komt ze in het hele Midden-Oosten tegen - en zij kunnen dus allerminst als vluchtelingen worden beschouwd. Vluchtelingen zijn wel de bewoners van de flatgebouwen, beachclubs en hotels aan de zeekant, zoals het voormalige hotel Mirador. Als wij dit hotel in zicht krijgen zien wij links van de weg een school, tevens militair trainingscentrum, van de Shia beweging AMAL.

Niet alle beachclubs zijn onderkomens voor vluchtelingen. 'Kangaroo' bijvoorbeeld en 'Family Beachclub' herbergen zomers badgasten, veelal meer gegoede Libanezen. Enige honderden meters na de laatste beachclub gaat er links een weg omhoog de bergen in naar een gebied, dat Doha wordt genoemd. Die naam staat ook op een bord in de berm van de weg. In dat gebied, dat wordt beschermd door speciale eenheden van de Libanese politie, leiden doorgaans schatrijke Libanezen in kapitale villa's een onbekommerd bestaan. Hier zal men tevergeefs zoeken naar sporen van de burgeroorlog. De belangrijkste man die daar woont is de voormalige eerste minister van Libanon, Selim Hoss. Ter hoogte van het plaatsje Harat an Naame begint parallel aan de oude kustweg een nieuwe autostrada van enige kilometers lengte. Met de aanleg werd in 1979 begonnen. Typerend voor Libanon is, dat toen eind 1980 het eerste deel gereed was, de automobilisten dit spontaan in gebruik namen. En wel beide banen in beide richtingen.

DAMOUR

Halverwege de autostrada ligt links het dorp Damour. Evenals Harat an Naame en tal van andere dorpjes langs de kustweg naar het zuiden was Damour een Christengemeenschap, omringd door merendeels moslim-of Drusische dorpjes. Voor de oorspronkelijke bewoners heeft dat ellendige gevolgen gehad. Van dit aan weerszijden van de rivier Damour gebouwde straatdorp is namelijk ten gevolge van de burgeroorlog niet meer dan één grote ruïne overgebleven, waarin nu Palestijnse vluchtelingen een tijdelijk onderkomen hebben gevonden,
Opvallend is de vruchtbaarheid van het gebied, die o.a. blijkt uit de uitgestrekte bananenplantages aan zee en de vele fruitstalletjes langs de weg. Niet voor niets werd Damour vroeger betiteld als 'de oase van de kust' en wie het plaatsje van een afstand bekijkt - waardoor de oorlogsschande wat meer wordt bedekt - zal nog steeds getroffen worden door haar prachtige ligging. Het zal de reiziger echter niet vrolijker stemmen.

De autostrada voegt zich bij de brug over de rivier Damour 15 weer in de smalle kustweg. Voorbij dit punt klimt de weg enige kilometers omhoog naar het volgende dorp Saadiyat.

SAADIYAT

Dit was het bolwerk van de vroegere Libanese president Camille Chamoun. Hij is leider van een van de Christenmilities. Chamoun, die uit deze streek afkomstig is, had aan zee een riant huis staan. Voor de burgeroorlog stonden Damour en Saadiyat militair en politiek onder controle van Chamoun en zijn bondgenoot Gemayel, leider van de allergrootste Christenmilitie, de Kata'ib, ofwel Falangisten. Langs de baai is nu ook de spoorlijn duidelijk zichtbaar.
Enige honderden meters nadat de bebouwing zich als het ware tot een tunnel heeft vernauwd en er een weg links omhoog gaat staan drie grote villa's aan de rechterkant van de weg. Het eerste - in geel steen opgetrokken - heeft toebehoord aan een rijke moslim. Deze man is nu weg en zijn huis wordt bewoond door vluchtelingen uit het zuiden. Het laatste, dat meer in de diepte ligt, is het huis van Chamoun. Hoewel dat op het eerste gezicht niet is te zien, is het volslagen onbewoonbaar. Alleen de muren van de villa staan nog overeind, het interieur is door de Palestijnen uit wraak echter geheel verwoest, nadat de duizenden christenen, die naar het huis van hun leider waren gevlucht, waren verdreven.
Na Saadiyat maakt de weg een bocht en komen wij in het volgende dorp Jiyé. Het is direct herkenbaar aan zijn kerk met een vrij moderne betonnen toren. Het dorp gaat over in Nabi Younes, dat zich uitstrekt langs de gehele baai met aan het eind tegen de horizon de elektriciteitscentrale.
In tegenstelling tot Damour is de oorspronkelijke christenbevolking hier blijven wonen. Zij hebben destijds ook niet hoeven vluchten, omdat zij niet onder controle stonden van de Christenmilities van Chamoun of Gemayel en derhalve buiten de partijen konden blijven. Op de punt van de baai staat de elektriciteitscentrale. Als we voor de centrale terugkijken hebben we een prachtig gezicht op Nabi Younes.
Het strand wordt ontsierd door twee schepen, die - ooit op drift geraakt - daar een laatste haven hebben gevonden. Voorbij de centrale van Nabi Younes zien wij weer een baai met in de verte het plaatsje Rumaylah. Rechts van de weg loopt nog steeds de spoorlijn. Dit is het enige gedeelte van de kustspoorlijn, dat nog in gebruik is. Langs deze lijn wordt van de Zahrani raffinaderij via Saida de olie voor de elektriciteitscentrale Nabi Younes aangevoerd.
LAA

Als we het plaatsje Rumaylah binnenrijden zien wij als het ware op de punt van de baai het inmiddels ontruimde checkpoint opgericht door de LAA, het linkse Libanese legertje van de afgescheiden luitenant Achmed Khatib. Tijdens de burgeroorlog deserteerde hij met een aantal moslim soldaten uit het Libanese leger. Hij is dus een soort tegenhanger van de eveneens afgescheiden majoor Haddad. De LAA heeft banden met de Libanese National Movement -de nationale beweging-, waarin Nasseristische partijen, socialisten en communisten zich hebben verenigd. De Nationale Beweging wordt overigens politiek en militair gesteund door de Palestijnen in Libanon. Deze hele combinatie -ook wel moslim-links genoemd - is de grote tegenhanger van de Christen-rechtse organisaties. Bij de volgende bocht heeft men een prachtig gezicht op de derde stad van Libanon, het uit de bijbel bekende Sidon, in het Arabisch Saida genaamd. Alvorens wij de Awali rivier vóór de stad passeren zien wij dat de spoorlijn de kust verlaat om er later bij Zahrani weer terug te keren.

Voorbij een groot geel huis aan de rechterkant van de weg dat er als een soort burcht uitziet en dat door vluchtelingen wordt bewoond, wordt duidelijk dat Saida een havenplaats is. Er liggen schepen op de rede, als tastbaar bewijs dat ondanks alles de handel doorgaat.

Ter hoogte van deze schepen ziet men in de verte het dominerende zeekasteel, dat in 1227 door de Kruisvaarders is gebouwd. Zoals bekend zijn de Kruisvaarders in deze contreien destijds bijzonder actief geweest? Op een aantal strategische punten in Libanon en het huidige Israël kan men nog steeds de ruïnes vinden van de bolwerken die zij toen hebben gebouwd voor de verovering van het Heilige Land.
SAIDA

Waar de bomengroei aan de zeekant toe neemt gaat de kustweg over in de hoofdstraat van Saida, die in het centrum wordt geleid om een drukke rotonde. Hier staan bussen en taxi's te wachten op hun klanten naar Tyre, Beiroet of plaatsen landinwaarts als Nabatya en het kruisvaarderskasteel Chateau Beaufort. De chauffeurs roepen aan een stuk door hun bestemmingen met een opgewondenheid die doet veronderstellen, dat er net een aanrijding heeft plaatsgehad. Het verkeer zoekt zich vrijwel steeds moeizaam een weg over de rotonde. Als het helemaal uit de hand dreigt te
lopen willen de heftig fluitende politieagenten er wel iets aan doen, maar doorgaans slaan zij het gekrioel van af de kant gade. De straat na de rotonde geeft een zeer bruisend beeld van eettentjes, bioscopen, winkels en banken. Wat ook opvalt is de mondaine kleding van de vrouwen en meisjes, een lust voor het oog, zeker voor degenen die na een maandenlang verblijf in het zuiden weer richting Beiroet gaan. Kortom Saida is een zeer levendige en gezellige stad. Meer over deze historisch gezien belangrijke havenplaats op SAIDA
Het is op de eerste plaats een moslim stad, maar er wonen ook christenen, getuige de kerken. Het politieke beeld wordt er bepaald door moslim linkse partijen, hoewel het gezag van de Libanese regering er sterker is vertegenwoordigd dan in Tyre. Er liggen ook eenheden van het Libanese leger. Een paar honderd meter na de rotonde, waar de straat zich plaatselijk verbreedt, staat aan de rechterkant op een hoge sokkel het borstbeeld van Maarouf Saad. Deze oud-parlementariër en lokale leider werd op 26 februari 1975 door onbekenden doodgeschoten toen hij met de vissers van Saida demonstreerde tegen het visserij monopolie van de onderneming ,,Proteïne", waarin ex-president Chamoun het voor het zeggen had. Beelden hiervan vindt men in een bekend fotoboek over de burgeroorlog, ,,La guerre du Liban", van YussifAntoun. Op de moordaanslag volgde een algehele staking die oversloeg naar Beiroet, waar ook een bomaanslag op het hoofdkwartier van ,,Proteïne" werd gepleegd. Er ontstonden enorme spanningen tussen de linkse en rechtse organisaties in Libanon. Toen op 13 april in Oost-Beiroet een bus met Palestijnen -op weg naar Tall Zaatar- door Falangisten werd beschoten, waarbij 25 inzittenden werden gedood, barstte de bom. De burgeroorlog was een feit.

FRUIT


Bij het verlaten van Saida wordt het duidelijk waarom deze stad in de gehele Arabische wereld bekend staat om zijn vele fruit. Kilometers achtereen wordt het beeld bepaald door citroen- en sinaasappelplantages achter hoge muren. Veel fruit wordt ook langs de weg in stalletjes verkocht. Na een kilometer of vier passeren wij de rivier de Sayna. Links in de bergen rijst een immens Maria-beeld op, dat de christenen van het dorp Magh-douché jaren her hebben opgericht om uiting te geven aan hun verering voor de moeder van Christus. Verder zuidwaarts gaan de garages en winkeltjes over in een soort pakhuizen voor voornamelijk fruit. De waren worden hier overgeslagen op logge vrachtwagens, die zich doorgaans luid toeterend door het verkeer boren in de richting Beiroet. Vanaf Saida is de kust geheel in handen van de Nationale Beweging en de Palestijnen, de z.g. Joint Forces. Op dit gedeelte van de kust worden regelmatig door Israël acties uitgevoerd.

ZAHRANI

Voorbij de pakhuizen, waar de bebouwing schaarser begint te worden, kunnen wij in de verte het haventje van de olieraffinaderij van Zahrani zien. Iets verder wordt boven de bomen de eeuwige vlam in de hoge pijp zichtbaar. Waar de spoorlijn de weg weer kruist staan links hoge dadelpalmen. Van hieraf hebben wij een duidelijk zicht op het enorme Zahranicomplex. De raffinaderij krijgt de olie door twee pijpleidingen aangevoerd. Een komt uit Irak, de andere uit Saoudi-Arabië. De pijpleidingen zijn in het begin van de vijftiger jaren aangelegd. De capaciteit is vrij klein, en onvoldoende om aan de nationale behoefte te voldoen. Naast de pijpleidingen wordt er dan ook olie met kleine tankers - o.a. uit Roemenië - aangevoerd om hier te worden gekraakt en gereedgemaakt voor direct gebruik onder meer door UNIFIL. Behalve olie haalt UNIFIL hier sinds medio 1980 ook levensmiddelen. Zahrani ligt aan de monding van de gelijknamige Nahr (= rivier) Zahrani. Bij de hoofdingang van de raffinaderij gaat links een weg naar Nabatiya. Wij houden rechts aan richting zuiden en passeren op dit tactisch belangrijke punt een post van de PLA, het leger van de PLO.

VLIEGENDE SCHOTEL


Na het tankstation rechts met de voor deze streek toepasselijke naam Phoenicia, vroeger leefden hier immers de Phoeniciërs, beginnen weer de plantages. Na enige kilometers zien wij midden daarin een typisch huis met daarvoor een spits toelopend trappenhuis, dat toegang geeft tot de ballustrade op de eerste verdieping.

SARAFAND

Na 5 kilometer komen wij bij Sarafand. Dit vissersdorp is veelvuldig doelwit (geweest) van Israëlische acties. Sarafand gaat over in Khizaran, zoals de meeste dorpen hier in het zuiden bewoond door Shia-Moslims. Men herkent de Shiitische dorpjes aan hun moskee, waarvan de kleur van de minaret onveranderlijk lichtgroen is. Khizaran is bekend om zijn vele en voortreffelijke visrestaurants. Wie op het terras aan de Middellandse Zee de verfijnde Libanese schotels aanspreekt, waant zich op vakantie. Het is een van die vele onwezenlijke situaties die men in dit verscheurde Libanon kan meemaken. De restaurants worden overigens slecht bezocht. Het toerisme - ook het binnenlandse - is hier vrijwel stilgevallen.
Het landschap krijgt een wat ander aanzien: links bergachtige heuvels met opvallend witte zandplekken, rechts naar de kust toelopende plantages. Het beeld wordt kilometers verder gebroken door hoge naaldbomen aan de rechterkant van de weg en links de bekende muren, waarachter de plantages schuil gaan. Een bomenrij leidt ons ook naar het checkpoint - het laatste - van de LAA van luitenant Khatib. Vergissen is uitgesloten, want zijn baardige beeltenis hangt meer dan levensgroot bij de post. De plaats wordt langs de weg aangeduid als Abu el As-souad.
LITANI

De weg daalt nu naar het dal van de rivier de Litani, de uiterste grens tot waar de Israëli bij hun inval in Zuid-Libanon in 1978 kwamen, de grens ook van het UNIFIL gebied. Alleen dit gedeelte van de kustweg is toen in handen van de PLO gebleven. Het maakt onderdeel uit van de zogenaamde Tyre-pocket. De brug over de Litani is derhalve in handen van de PLO en de Nationale Beweging en niet van UNIFIL.

TYRE

Wij naderen nu Tyre, in de verte zien wij de skeletten van hoogbouw in niet bepaald het fraaiste deel van deze oeroude stad. Rond Tyre (waarover op TYRE  meer informatie) zijn een aantal Palestijnse vluchtelingenkampen gegroepeerd. Het bekendste daarvan is El Bass, wat aan de linkerkant van de weg verscholen ligt als je de stad binnenkomt. De bevolking van deze kampen bestaat voornamelijk uit Palestijnen, die al in 1948 uit Noord-Palestina zijn gevlucht bij de oprichting van de staat Israël. Een kleine rotonde splitst het verkeer naar de oude stad -rechts- en het doorgaande verkeer richting Naqoura, waar het UNIFIL-Hoofdkwartier is gevestigd. Ook hier weer taxi's, die op hun vrachtje staan te wachten. Na een rij winkeltjes aan de rechterkant vormt een geel huis een markant punt.

Even daar voorbij kan men rechts de Romeinse Arc de Triomphe zien, die toegang geeft tot het beroemde Hippodrome, dat overigens het decor heeft gevormd voor de bekende film Ben Hur. Helaas worden deze schatten uit de grijze oudheid niet gespaard door de beschietingen uit de enclave van Haddad . Een paar honderd meter verder, eveneens aan de rechterzijde, Tyre-Barracks, de kazerne waar tot de inval van de Israëli een Libanees tankbataljon was gelegerd.
De sindsdien verlaten kazerne wordt bij toerbeurt door wachtpelotons van de UNIFIL bataljons bewaakt. Dit niet alleen om diefstal van de daar opgeslagen materialen tegen te gaan, maar ook om te voorkomen, dat de kazerne door de PLO zou worden bezet. Bovendien heeft men van de wachttorens een goed zicht op het omringende gebied. In de kazerne zit ook een VN waarnemers team, dat onder andere in actie komt als er z.g. armed elements, die UNIFIL-gebied infiltreren, zijn gepakt. Daarbij is telkens ook een liaisonofficier van de PLO, die in de nabijheid van de kazerne zijn kantoor heeft, aanwezig.

NOORDROUTE

Enige honderden meters voorbij Tyre-Barracks splitst de weg zich. Het punt is herkenbaar aan het ZZ-benzinestation. De weg rechtdoor gaat naar Naqoura. Aflossers van de Charlie-Compagnie van Dutchbatt zullen die dan ook vervolgen, de overigen slaan linksaf. Dit is de zo-genaamde Noordroute. Er is ook nog een Middenroute en verder zuidwaarts de beruchte Road under Construction, vanwege zijn slechte conditie ook wel Birmaroad geheten. De Noordroute klimt vrij steil naar de eerste heuveltop. Langs de weg staan fraaie villa's, veelal het vakantie-domein van rijke Libanezen uit Beiroet, tweede huizen dus.

 

Hoog boven Ain Baal wappert de VN-vlag op de eerste post van de Fiji's. Om daar te komen moeten wij echter nog eerst een check-point van de PLO - het laatste  - passeren, dat halverwege de helling ligt. Vanaf de top heeft men een magnifiek gezicht op het UNIFIL-gebied met links het plaatsje Ain Baal. In de moskee van dit dorp staan pilaren, die vermoedelijk afkomstig zijn uit de tempel die toegewijd was aan de god Baal, waar het plaatsje ook zijn naam aan dankt.

FIJIBATT

Door het dal van dit fraaie - waarlijk bijbelse landschap slingert de weg zich weer omhoog naar het eerste roadblock van het Fiji-bataljon.

Op de viersprong kort daarna komt ook de Middenroute uit. Rechts richting zee zien wij bij helder weer in de verte de witte rotsen van Al Bayyadah, dat in de Haddad-enclave ligt.

Vlak voor het dorp Hanaquiyé staat rechts van de weg de graftombe van Hyram, destijds de koning van Tyrus.

De volgende plaats is Qana. Dit is vermoedelijk ook het door de Evangelist Johannes beschreven Kanaa, waar Christus zijn eerste wonder verrichtte door op de bruiloft water in wijn te veranderen. Het dorp biedt een zeer levendig straatbeeld, dit mede door de vele winkeltjes links en rechts, vaar je zo dicht langs rijdt, dat je de uitgestalde waar bij wijze van spreken zo kunt pakken. ( zie ook QANA )

De 1e indrukken van Beirut. Veel kapot geschoten gebouwen, de Amerikaanse 6e vloot voor de kust, een chaotisch verkeersbeeld een man met een lege kinderwagen en twee Libanese gendarmes die het ook niet meer wisten. In een woord indrukwekkend en eigenlijk ook niet te bevatten. De tegenstellingen konden niet groter zijn. Een vredig Nederland, koud, nat, somber, rijk naar een door oorlog geteisterd Libanon, warm, droog, zonnig en arm.

Kapot geschoten gebouwen, verlate straten een Amerikaanse 6e vloot voor de kust, gendarmes die er verloren bij staan en een man met kinderwagen tegen een muurtje.

Het verkeer een verhaal apart, wat een indruk maakte die chaotische en anarchistische verkeersbende.  Welkom in de wereld die daar letterlijk een verkeersjungle was.  De 1e rit van Beirut naar Haris blijft een nog steeds "vreemde" ervaring.

Na de gekte van Beirut, de verkeers chaos onderweg in Saida en Tyre, de nauwe straten van Qana, werd het "platteland" betreden. Veelal dorpjes tegen de heuvels. citrusplantages aan de kust, olijfboomgaarden en geiten in het binnenland.
Eindelijk na een lange, vermoeiende en indrukwekkende rit gearriveerd bij de brigade Kmar Libanon. Vanaf de brigade een uitzicht over het dorpje Kafra en een heuvel met bijnaam "de tepel". Einde van een lange, lange dag en het begin van een enerverende periode van 6 maanden, die achteraf om gevlogen is.