• Nazomer
  • Herfst
  • Winter
  • Voorjaar
Nazomer

Na een koud en kil Nederland was het aangenaam vertoeven in Libanon, aangename temperaturen en veel zon. Overwinteren in een aangenaam klimaat leek in de eerste weken tot de mogelijkheden te behoren. Gemiddelde temperatuur schommelde rond 25 graden. Dit aangename weer duurde tot ongeveer 1 week voor kerst.

Herfst

Veel, heel veel, regen en storm, een vieze koude en natte periode met regenbuien die rustig een dag aan hielden. Niet alleen buiten was het onaangenaam maar ook binnen in het gebouw was het constant vochtig en koud door een gebrek aan goede verwarming. Het weer wat aangenaam en prettig begon was nu duidelijk aan veranderingen onderhevig en begon Nederlands te worden, wat wel een tegenvaller was.

Winter

Mijn weersverwachting van "zomerwinteren in Libanon" werd lelijk verstoord, het werd letterlijk overwinteren in Libanon. Volgens onze tolk maakten we de strengste winter in 80 jaar mee. Hoogtepunt was toch wel op 1 januari 1983 wakker worden naar buiten kijken en dan alles wit, een vorstelijk pak sneeuw was er na de oud en nieuw gevallen. Iets dat ik niet voor mogelijk had gehouden. Later in februari nog een keer een sneeuwdek en zelfs ijs voor de uitrit van de brigade. Laat ik nou van alles hebben meegenomen maar net mijn schaatsen thuis hebben laten liggen.

Lang bleef de sneeuw en het ijs niet liggen, zo rond de middag was het meeste toch wel weg gedooid.
Deze winter had in Libanon meer sneeuw- en ijspret te
bieden dan in Nederland het geval was.

Lag er sneeuw dan waren de toch al slechte en door regen en modder gladde wegen extra glad.
Voorjaar in Libanon

Vanaf medio maart knapte het weer zienderogen op. De regen nam af en de temperatuur liep gelukkig weer op. Kortom een hele verbetering ten opzichte van wat we gehad hadden.
 

 

  • Wegen
  • Weggebruikers
De wegen niet te vergelijken met wat het in Nederland is. In het zuiden vooral smalle wegen te vergelijken met B-wegen. Langs de kust een weg die te vergelijken is met de provinciale weg en net ten zuiden van Beirut lag nog een stukje 4 baans snelweg. Dorpsstraten waren echt smal, zo smal dat er soms maar net een YP 408 kon passeren, maar vaak nog smaller. De breedte van de straten en voertuigen waren nogal eens aanleiding tot aanrijdingen. Zo ook eens voor de brigade waarbij een Libanese Mercedes als een sardineblikje werd opengetrokken door een passerende YP 408, die in dit geval echt niet verder naar rechts uit kon wijken. De bestuurder van de Mercedes had aan zijn rechterkant ruimte genoeg, maar was waarschijnlijk toe aan iets nieuws aan zijn linkerkant. Dat dit zo zou aflopen had hij waarschijnlijk ook niet gedacht.
Wegen in Libanon, veelal smal, onverhard, onoverzichtelijk slecht onderhouden, niet verlicht en niet berekend op zwaar vervoer. Vooral tijdens de natte periode vaak spekglad door modder en klei in combinatie met het ruim aanwezige regenwater. Vooral de modder en klei waren in de winterperiode verantwoordelijk voor een groot aantal ongevallen.

Weggebruikers, zoals kameel, os, ezel, auto's en militair verkeer in het zuiden van Libanon. Het verkeer was hier niet te vergelijken met dat wat er in de steden rond reed en gebeurde. In het zuiden kon het gebeuren dat de bestuurder in het stikke donker zonder licht reed tot het moment dat hij je zag. Dan gingen ook alle lampen aan die hij had en reed jij op de tast. Verkeersregels, zullen er vast geweest zijn, maar niemand die zich daar wat van aan trok. In het algemeen gold het recht van de sterkste, hoewel een politiefluitje ook wonderen deed.

Het verkeer in de steden is maar op 1 manier te omschrijven:
1 GROTE CHAOS, net een grote mierenhoop het krioelt door en langs elkaar, niet te vergelijken met het rusrtige verkeersbeeld in het zuiden. Verkeersregels zullen er vast wel geweest zijn, maar ik heb nooit een Libanees daarop kunnen betrappen tenzij er een gendarme zichtbaar op een kruising
of rotonde aanwezig was. Het mooiste voorbeeld hiervan was een kruising met verkeerslichten. Iedereen hield zich daaraan zolang de gendarme daar stond. De man had zijn hielen nog niet gelicht of de kruising was een grote chaos. Vreemd genoeg met weinig aanrijdingen tot gevolg. Wel was er een heilig ontzag voor het politiefluitje, al moest je daar wel opblijven fluiten, ook de loop van de Uzi kreeg nog weleens wat voor elkaar.

 

  • Dorpen
  • Ramyh
  • Bmaryama
  • 't Paradijs
  • Qana
  • Ainbaal
  • Bronnnen Alexander de Grote
  • Kruisvaardersburchten
  • Tyre
  • Saida
 

Ramyah


Dit "spookstadje" lag ergens buiten Dutchbatt, ik kwam er samen met onze tolk toevallig doorheen toen er claims aan Libanezen uitbetaald moesten worden. Volgens de tolk werd het dorp sinds de operatie "Litanie" door de IDF gebruikt als oefendorp. Het dorp was een soort Oostdorp op het ISK te Harskamp aleen de schade in Ramyh was echt.
Het was een rare en onwezenlijke gewaarwording om door dat verlaten dorp te rijden, niet goed wetende wat je kon verwachten. Een gevoel van opluchting was er wel nadat we "ghosttown" verlaten hadden zonder dat we de man met de zeis waren tegen gekomen.

 
Bmaryana

Een verlaten herdersdorp ergens halverwege de cp van de A-cie en de post "het einde van de wereld".
Het was hier dat ik door een dak zakte en ergens tussen hemel en aarde zweefde. In de regentijd was de post amper met een jeep te bereiken, met veel stuurmanskunst en een portie geluk toch met de jeep bij "het einde van de wereld" gekomen.

 

Het Paradijs

Volgens diezelfde overleveringen zou hier "Het Paradijs" gelegen hebben, waar of niet, feit was wel dat het een apart stukje natuur was in het Charlie gebied dat inderdaad een "paradijs" was vergelijken met de rest van het gebied. Zelfs bewoners uit het 120 km verderop gelegen Beirut namen met de weekenden de tijd om naar dit stukje gebied af te reizen en kennelijk tot rust te komen.
Qana

Qana, is vermoedelijk ook het door de Johannes beschreven Kanaa, waar Jezus zijn 1e wonder verrichtte door op een bruiloft water in wijn te veranderen. Het dorpje had een voor zuid-Libanon levendig straatbeeld door de links en rechts van de smalle dorpsstraat gelegen winkeltjes. De smalle dorpsstraat was vaak een bron van problemen, waarbij vaak het recht van de sterkste gold. Het was ook het dorp met een christelijke kerk binnen de gemeenschap. De bevolking in zuid-Libanon was en is in meerderheid moslim.
Marktdag in Qana

De nauwe hoofdstraat van het dorpje Qana, in het Unifil-gebied van de Fiji's, is elke zondag het toneel van een typisch Libanese markt. Terwijl de auto's hard langsrijden over het stoffige 'asfalt' hangen op enkele decimeters afstand pas ter plekke geslachtte dieren op nieuwe eigenaars te wachten. De onbruikbare ingewanden worden natuurlijk niet netjes opgeruimd, maar gewoon buiten op straat gegooid. De talloze vliegen en insecten komen hierdoor ruimschoots aan hun trekken. Wat hygiënischer gaat het toe bij de verkoper van textiel, hoewel ook hij rustig over zijn uitgestalde waar loopt te stappen. De aangeprezen goederen op de markt in Qana zijn nauwelijks interessant om te kopen, maar een bezoek is een aparte belevenis. Een Hollandse rommelmarkt is er in ieder geval niets bij.
Ain Baal

Volgens de overlevering zouden in het plaatsje Ain Baal de restanten liggen van de tempel van de koning van Baal. Als het al zo was dan zouden dit  enkele restanten kunnen zijn. De bewoners van Ain Baal claimen dat in hun moskee de pilaren van de tempel van de god Baal staan.

De bronnen van Alexander de Grote

Langs de kustweg, vraag me niet meer waar, lagen volgens dezelfde overleveringen de bronnen van Alexander de Grote.

Kruisvaardersburchten

De restanten van vier kruisvaardersburchten die in een soort vierkant met elkaar verbonden waren en steunpunten vormden in de kruisvaarderstochten naar Jeruzalem geven al aan dat het altijd al roerige tijden geweest zijn. De burchten van Tibnin en Shama lagen respectievelijk in Iers en Nederlands gebied. De burcht in Tibnin was nog het meest van over en was ook vrij te bezoeken, van Shama weet ik het niet. Beaufort en Saida lagen ver buiten het Unifil gebied. Beaufort kon je helemaal niet komen en Saida kwam je doorheen op weg naar Beirut, waarbij je een glimp van het kasteel kon opvangen.
Volgens de overlevering hielden de kruisvaarders contact met elkaar door het uitwisselen van rooksignalen. Een aanrader is de film "Kingdom of heaven"  die handelt over de kruisttochten naar Jeruzalem.

Kruisvaardersburcht Saida

Kruisvaardersburcht Beaufort

Kruisvaardersburcht Shama

Kruisvaardersburcht Tibnin

Kruisvaarderskasteel Tibnin

1 van de 4 kastelen. Dit kasteel lag in het Ierse gebied en was vrij makkelijk te betreden en nog redelijk intact. Moet toen een hele klus geweest zijn om die grote stenen naar boven te sjouwen en daar nog een kasteel van te bouwen. De toegangspoort gaf toch iets machtigs en onneembaars.

Tyrus of Tyre

De meest beroemde beschrijving van Tyrus is afkomstig van de profeet Ezechiel in de zesde eeuw voor Christus. Nadat hij eerst heeft voorspeld, dat de stad tot ondergang is gedoemd omdat zij niet de ware God Jaweh, maar Melqart (Heracles of Hercules) vereert, roemt hij haar schoonheid. Ezechiel vergelijkt de stad, die voor een groot deel op een eiland was gebouwd, met een schip, waarvoor de beste materialen waren aangedragen: pijnbomen van de berg Hermon, ceders uit Libanon, eiken uit Syrië, ivoor van Cyprus en linnen uit Egypte. Twee eeuwen later stelt de grote geschiedschrijver Herodotus vast, dat Tyrus ongeveer tegelijkertijd met de tempel van Melqart moet zijn gebouwd. Dit betekent, dat de geschiedenis van deze Metropool van Phoenicië is terug te voeren naar 2750 voor Christus, ten tijde van de invasie van de Kanaanieten. Het huidige Tyrus lijkt gebouwd op een schiereiland. Oorspronkelijk was de "zeestad" gescheiden van het vaste land. Daar kwam verandering in onder het bewind van Hiram, Koning van Tyrus. Hiram was niet alleen een tijdgenoot van Koning David en Salomon, maar ook een vriend. Vandaar ook, dat hij handwerkslieden en cederhout stuurde voor de bouw van de tempel in Jeruzalem. Koning Hiram breidde de oude stad Tyrus uit door er een eiland bij te voegen. Tevens legde hij een verbinding naar het vaste land. Deze werd echter eeuwen later om defensieve redenen weer verwoest. Dat maakte voor Alexander de Grote in 332 voor Christus het oude Tyrus bijna onneembaar. De grote veroveraar bouwde echter een nieuwe dam naar de eilandstad, die spoedig daarop het onderspit moest delven. De belegering had evenwel zeven maanden geduurd. Geen wonder, dat dit dappere verzet geldt als een van de grootste wapenfeiten in de geschiedenis van Tyrus. Men neemt aan, dat de naam Tyrus is afgeleid van het Hebreeuwse Tsor of het Arabische Sur, dat beide staat voor rots. De legende wil dat de God Melqart verliefd was op een nymf, Tyrus genaamd. Zij bleek verrukt van de purperen kleurstof, die wordt afgescheiden door de Murex, een zeeslak. Hoe het zij de vervaardiging van purper verfstoffen heeft de stad grote welvaart gebracht. De keurstof was zo kostbaar, dat een gram pure purper evenveel waard was als tien tot twintig gram goud, derhalve alleen betaalbaar voor keizers en koningen. Goud werd er ook verdiend met de zeehandel en de glasindustrie. De schepen voeren van Tyrus naar Mauretanië, Marokko, Gibraltar, Senegal en zelfs Engeland. Er werden handelskoloniën gesticht, waarvan Carthago wel de bekendste is. Tyrus werd het belangrijkste handelscentrum in het oostelijke Middellandsezee-gebied. De Grieken geloofden dan ook, dat zij een deel van hun beschaving uit Tyrus hadden. In ieder geval bracht Cadmus, zoon van Koning Hiram, hen het alphabet bij. En de zuster van deze Cadmus, Europa, gaf haar naam aan ons continent. Het is verrassend hoe het dagelijkse leven er doorgaat ondanks de beschietingen. Veel rijke inwoners hebben destijds hun heil elders gezocht. De overigen stellen hun verblijf in de stad afhankelijk van de dreiging, wat het straatbeeld wisselend bruisend en verlaten doet zijn.

 

De geschiedenis van Tyrus loopt parallel met die van het nabijgelegen Sidon. Zo kende de stad ook respectievelijke Romeinse, Byzantijnse en Arabische overheersing. Het verschil is echter dat daar veel meer van is teruggevonden. Opgravingen hebben indrukwekkende overblijfselen van het Romeinse Tyrus blootgelegd, zoals het Hippodrome, waar de paardenraces werden gehouden. Indrukwekkend ook is de gereconstrueerde Triomfboog en de daarachter liggende bijzondere gave weg, die naar de oude stad voert. Aan de zuidkant van het schiereiland bevindt zich een waar Dorado voor archeologen: restanten van woonhuizen, baden (sauna), een theater - met als bijzonderheid dat het rechthoekig is en niet rond zoals gebruikelijk in die tijd -, plaveisels, sarcophagen en zuilen uit de eerste eeuwen na Christus. Veel van deze oudheidkundige schatten liggen nog bedolven onder het zand of onder water.

.

 

 

Sidon of Saida

Sidon of Saida dateert uit de grijze oudheid. Er zijn bewijzen gevonden, dat Sidon al 4000 jaar voor Christus - en wellicht zelfs eerder - werd bewoond. Sidon, genoemd naar de oudste zoon van Kanaan, was een van de belangrijkste steden van Phoenicië, het in de vroege oudheid zo bloeiende rijk van de handeldrijvende en zeevarende Phoeniciërs. Onder invloed van de Egyptische farao's had de stad in de 16e eeuw voor Christus zelfs de hegemonie over alle Phoenicische steden. Hieraan kwam een eind toen de Philistijnen Sidon's vloot versloegen en de stad innamen. Zoals de meeste Phoenicische havensteden was Sidon gebouwd op een uitloper van de bergen met als natuurlijke zeewering een eiland voor de kust. Dit eiland moest de vloot in de haven beschermen tegen zeestormen. Bovendien konden de bewoners er heen vluchten als zij van de land-zijde werden bedreigd. Dat laatste was nogal eens het geval. In de loop der geschiedenis heeft menig veroveraar zijn begerig oog laten vallen op de welvarende stad, dikwijls met noodlottige gevolgen voor de inwoners. Zo verhaalt de geschiedenis van de dramatische belegering aan het eind van het Perzische tijdperk. Toen de wanhopige Sidoniërs, die in opstand waren gekomen tegen de Perzische overheersers, geen uitweg meer zagen kozen zij vrijwillig voor de dood, liever dan zich over te geven. Meer dan 40.000 mensen kwamen in de vlammen om. Niet lang daarna was de verzwakte stad een willige prooi voor Alexander de Grote. Hierna ging Sidon achtereenvolgens over in de handen van de Romeinen, de Byzantijnen, die er een zetel van het bisdom vestigden, en - in de 7e eeuw na Christus - de Arabieren. Sidon werd toen Saida. In de twaalfde eeuw werd de plaats veroverd door de Kruisvaarders, onder aanvoering van de latere koning van Jeruzalem, Baldwin. De Kruisvaarders bouwden nadat de stad enige malen door de Arabieren was heroverd op het eilandje voor de haveningang het machtige zeekasteel waarvan de ruïne ons thans herinnert aan het woelige verleden van deze letterlijk veel omstreden stad. In de vijftiende eeuw werd Saida havenstad van Damascus en beleefde vooral grote bloei toen het twee eeuwen later een sleutelpositie kreeg in de handel tussen Frankrijk en Syrië. Het kan beschouwd worden als een laatste opleving, want Saida is nadien afgezakt naar het derde plan, onder Beiroet en Tripoli. Van het Sidon uit de Bijbelse geschiedenis en de Klassieke literatuur (o.a. de dichter Homerus) is dan ook maar weinig meer over. Daar zijn niet alleen oorlogen schuld aan, maar ook aardbevingen, de laatste in 1837
 

 

Onze huisbaas

Aardige oude man die wanneer je hem tegen kwam altijd om een praatje verlegen zat. Helaas kon je elkaar niet verstaan. Het bleef dus beperkt tot een begroeting in het Arabisch en wat handen en voeten werk.

Kinderen

Kinderen, het maakte niet waar je ze tegen kwam, op de vuilnisbelt, bij de waterput, bij de overburen of gewoon langs de weg in het voorbijgaan het 1e wat je hoorde was: "give me pen sir, give me pen".

  • Citrusplantages
  • Landbouw
  • Olijfgaarden
  • Geiten
Citrusplantages

Langs de kuststrook veel sinaasappel- en citroenplantages. Volgens zeggen waren veel van de plantages ontoegankelijk doordat zij gebooby trapped waren door vluchtende PLO eenheden.
 

Landbouw

Landbouwgronden in de wadi en tegen de berghellingen. In de wadi de grotere stukken grond die bebouwd werden. Tegen de berghellingen kleine stukjes grond afgezet met muurtjes.

Landbouw vond plaats op kleine schaal. Geploegd werd er nog door een ossenstel. Hier en daar werd op primitieve wijze wat gedaan aan beperkte en primitieve kasbouw.

 

Olijfgaarden

Op verhoogde door muurtjes afgescheiden terreintjes stonden de olijfbomen geplant.

 
Veeteelt

Ook veeteelt was een bestaansmiddel, op een enkele magere koe na werd het merendeel van de veestapel gevormd door geiten. Regelmatig kruiste een herder met zijn geiten je pad vergezeld van een enorme stank. Ook het passeren van het herdersdorp in het Paost gebied  was geen pretje. Gewoon ongelooflijk dat daar mensen en dieren op zo'n wijze konden leven. Iets wat hier ondenkbaar zou zijn, daar de dieren in Nl beter gehuisvest zijn en waren dan de mensen daar.

 

  • Flora
  • Fauna

Voorjaar in de wadi

Na de koude en natte winter een warm en fleurig voorjaar met vooral in de wadi's tapijten van bloemen.

(On)gedierte

Veel last van (on)gedierte hadden we niet, kennelijk zaten we daar te hoog voor. Geen muggen, muskieten, slangen, adders of schorpioenen voor ons. Wel een keer een spin op de hor van de werkkamer, een nachtvlinder in de garage en een hagedisje buiten op een rotsblok. Die schildpad moet ook ergens gelopen hebben, maar ik ken hem alleen van zijn pasfoto.

 

Wadi

Droge rivierbedding, de een groot en breed de ander smal en lang. Indien breed en groot genoeg werd de wadi ook gebruikt voor de landbouw. Wadi's werden ook gebruikt om te inflitreren richting Israel.

De wadi kon in de winter een woest stromende rivier zijn. Deze wadi lag in het Noorse gebied.

De wadi in het voorjaar bood een heel andere aanblik.

Betaalmiddelen

In Libanon kon in verschillende valuta worden betaald. Het Libanese geld bestond uit livres (ponden) en piasters. Er waren munten van 1, 2 1/2, 5, 10, 25 en 50 piaster (100 piaster was 1 livre)
Livres kwamen alleen voor in papiergeld, in de waarden 1,5,25,50,100 en 250. De koers bedroeg ongeveer fl. 0,60  (euro 0,25) voor 1 livre.

(beweeg de muis over de munten/biljetten voor de achterkant)

  • De partijen
  • Dutchbatt
  • Amal
  • DFF/LAUI
  • Leb.army
  • IDF
  • USA

44 Painfbat
Het Regiment Infanterie Johan Willem Friso (afgekort RI JWF) is een Nederlands infanterieregiment . Het is het oudste infanterieregiment van de Koninklijke Landmacht. Het regiment is genoemd naar de Friese stadhouder en militair Johan Willem Friso van Nassau-Dietz (1687-1711).

Naamgeving
Het regiment onder de naam "Johan Willem Friso" ontstond in de jaren '50 van de 20e eeuw, bij de grote naoorlogse reorganisatie van de Koninklijke Landmacht. Voor 1950 bestond de Landmacht uit regimenten die alleen een nummer hadden, in 1950 werden die allemaal hernoemd naar regimenten met een naam. Het Regiment Infanterie Johan Willem Friso werd op 1 juli 1950 opgericht, en was de voortzetting van het voormalige 1e (en het hieruit ontstane 9e) Regiment Infanterie. Het 1e en 9e Regiment Infanterie waren voor de Tweede Wereldoorlog gelegerd in respectievelijk Assen en Leeuwarden, vandaar de vernoeming naar de stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe: Johan Willem Friso.

Geschiedenis
Het "Regiment Rennenberg", waarvan het Regiment Infanterie Johan Willem Friso afstamt, is opgericht op 30 augustus 1577  door de toenmalige stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel, George van Lalaing. De geschiedenis van het regiment is verder opgebouwd rond de regimenten en afstammingen (traditievoortzettingen) van verschillende regimenten uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog en later. Ten tijde van de Bataafse Republiek  bestond het 1e Regiment Infanterie, dat een voortzetting was van de voorgaande onderdelen. Met het einde van de Bataafse Republiek in 1806 werd het regiment opgeheven. Het onderdeel werd echter bij het ontstaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden  opnieuw opgericht, de heroprichtingdatum van het toenmalige 1e Bataljon van het Hollands Legioen van Oranje was 28 oktober 1813. De eenheid wordt gelegerd in het zuiden van de Nederlanden. In 1815 wordt het genoemde bataljon, samen met een aantal andere eenheden, samengevoegd tot 1e Afdeling Infanterie. Op 3 oktober 1820 krijgt de eenheid voor het eerst een vaandel  uitgereikt.

Bataljonspaard

In 1964 schonk de gemeente Zuidlaren, als teken van de goede verstandhouding tussen 44 Painfbat en de gemeente, een Fries veulen aan het bataljon. Dit veulen werd door het bataljon verzorgd en na een jaar weer verkocht, waarna er met de opbrengst weer een nieuw veulen werd aangekocht. In 1991 werd het laatste bataljonspaard verkocht en de opbrengst werd aan de gemeente Zuidlaren geschonken. Met de heroprichting van het bataljon is ook de traditie van het bataljonspaard weer in ere hersteld. Bij speciale gelegenheden is het paard, in een speciale regimentsuitmonstering, aanwezig.

Libanon


De parate eenheid van het Regiment Infanterie Johan Willem Friso wordt sinds 1950 gevormd door het 422e Bataljon Infanterie, hetwelk gelegerd wordt op de Adolf van Nassaukazerne in Zuidlaren. Op 18 juli 1957 wordt dit bataljon omgedoopt tot 44e Bataljon Infanterie JWF. In 1960 wordt de naam veranderd naar "44 Pantserinfanterie Bataljon JWF" (44 Painfbat).
Vanaf midden jaren 60 sprak de Nederlandse regering haar bereidheid uit om, in voorkomend geval, troepen ter beschikking te stellen aan de Verenigde Naties . 44 Painfbat werd aangewezen om permanent voor uitzending in het kader van VN-taken beschikbaar te zijn, het stond daarom sinds die tijd bekend als "VN-bataljon". Vanaf 1 januari 1966 moesten daarom militairen van 44 Painfbat binnen een maand gereed kunnen zijn voor uitzending. Het zou nog tot 1979 duren voordat er daadwerkelijk een beroep werd gedaan op dit VN-bataljon.
In december 1978 wordt er vanuit de VN een verzoek gedaan aan de Nederlandse regering om troepen beschikbaar te stellen voor een VN-Vredesmacht in Libanon: UNIFIL. Op 12 januari 1979 besluit de Nederlandse regering op dit verzoek in te gaan. Vanaf 27 februari 1979 worden militairen van 44 Painfbat in Zuid-Libanon ingezet onder de naam Dutchbatt. De Nederlanders worden ingezet in het Zuid-Westen van Libanon, voornamelijk rondom de plaatsen Haris, Al Yatun, Majdal Zoun, Yatar en Zibqin. Dutchbat bemande diverse roadblocks en Observatie posten van waaruit de verrichtingen van de voormalige strijdende partijen (Het Libanese leger, het Israelische leger, de milities van majoor Haddad en Palestijnse moeten worden waargenomen. Later wordt het detachement ingekrompen tot een compagnie. Op 19 oktober 1985 komt er een einde aan de inzet van het regiment in Libanon.

Band met Libanonveteranen

Zoals hierboven beschreven maken de uitzendingen van personeel van het 44e Pantserinfanteriebataljon naar Libanon een belangrijk deel uit van de recente geschiedenis van het regiment. Ter herinnering aan deze periode is er op de Johannes Post kazerne in Havelte een Libanon-monument geplaatst, waar de namen van de tijdens deze missie omgekomen militairen staan. Jaarlijks op de dodenherdenking op 4 mei vindt er bij dit monument een speciale dodenherdenking plaats voor deze omgekomen militairen. Om de band met de Libanonveteranen ook op het uniform tot uiting te laten komen, dragen militairen die ingedeeld zijn bij 44 Painfbat sinds 14 maart 2003 een blauw koord aan hun uniform, het zogenaamde "Libanonkoord". Militairen die worden ingedeeld bij 44 Painfbat krijgen dit koord bij een speciale gelegenheid uitgereikt.
Dutchbatt was voor Unifil begrippen een zwaar uitgerust bataljan, dit in tegenstelling tot de andere bataljons. Tot de bewapening behoorden onder andere de 120 mm mortieren, voor onder andere lichtsteun en voorts de TOW 1 als anti tank wapen.

Roadblocks

Tot een van de taken van het bataljon behoorde het bemannen van roadblocks en de controle van personen die het roadblock betraden. Eventueel gevonden wapens werden in beslaggenomen en overgedragen aan "team Tyre". De aangetroffen wapens werden later via de liason van de betreffende partij weer terug gegeven, waarna het spelletje dus weer opnieuw kon beginnen.

 

Patrouilles

Patrouilles werden zowel te voet als met een voertuig uitgevoerd of een combinatie. Het konden geplande patrouilles zijn maar ook patrouilles naar aanleiding van (vermeende) infiltraties. Verder was er nog de force mobile reserve (FMR), die uitrukte daar waar het Unifil hq dacht dat het kon escaleren of reeds geescaleerd was.

Amal (Afwaj al Muqawamah al Lubnaniyyah, d.i. Libanese Verzets Detachementen).
De afkorting Amal betekent ook 'hoop.' Amal is een sjiitische organisatie in Libanon die streeft naar de emancipatie van de sjiieten in dat land.
Amal werd in 1975 (het jaar van het uitbreken van de Libanese Burgeroorlog) opgericht door de sjiitische geestelijke Imam Musa as-Sadr. as-Sadr was in Iran geboren, maar van Libanese afkomst. Hoewel de beweging sinds haar oprichting een eigen militie bezat, was haar oorspronkelijke doelstelling vreedzame emancipatie van de sjiieten. As-Sadr wees een militaire oplossing voor het Libanese conflict van de hand en weigerde aanvankelijk te participeren in de strijd. Deze pacifistische opstelling werd echter door veel sjiitische Libanezen niet gewaardeerd en zij sloten zich aan bij de Palestijnse PLO. In 1976 steunde Amal de Syrische inmenging in de strijd, omdat zij Syrisch militair ingrijpen als de enige oplossing zag. Israël en de VS steunden deze inmenging eveneens. Tijdens een bezoek in 1976 aan Libië, verdween as-Sadr. De islamitische vleugel van Amal zag dit als een goddelijk teken. In hun ogen was as-Sadr de 'Verdwenen Imam'. Sinds de verdwijning van as-Sadr participeerde Amal in de burgeroorlog in Libanon. De religieuze trend binnen Amal werd versterkt na de Iraanse Revolutie, die in 1979 de Iraanse ayatollah Ruholla Khomeini aan de macht bracht. Musa as-Sadr werd opgevolgd door Hussein al-Husseini. In 1980 nam Nabih Berri het voorzitterschap over en bekleedt deze positie tot op de dag van vandaag. In de vroege jaren tachtig was Amal de belangrijkste sjiitische organisatie in Libanon. Daarna werd die rol overgenomen door Hezbollah. Amal heeft eigen televisiestations, weekbladen en radiozenders. De hoogste organen van Amal zijn het politburo en het Centraal Uitvoerende Comité.

Mr. Fitoumi

Een van de vele Libanese handelaren, maar hij was eigenlijk de enige waar wij kochten. Hij handelde o.a. in goud, zilver, zonnebrillen, filmrolletjes noem maar op, alles voor een "special price".
Tot 2x toe was mr. Fitoumi onze gastheer. Even zovele keren heerlijk gegeten, zonder te weten wat en zonder nare bijwerkingen. Zaak was het wel om met "zicht" op de deur te zitten, om zo een glimp op te vangen van zijn 7 dochters die bij toerbeurt flirtend achter de rug van hun vader in de deuropening stonden.
LAUI (Lebanese armed and uniformed by Israel)

In 1968 werd het zuiden van Libanon voor het eerst betrokken bij het Arabisch-Israëlisch conflict, doordat de aanwezigheid van Palestijnen die aanvallen op Noord-Israël uitvoerden en Israëlische tegenaanvallen, op Zuid-Libanon. In het begin van de burgeroorlog braken circa 400 christenlijke militairen met het Libanese leger en bezetten het grensplaatje Qleia. Majoor Haddad, op dat moment nog een trouwe officier van Libanon werd enige tijd later belaagd in de kazerne van Marj'ujun, de afvallige Ahmad al Khatib met zijn LAA en de PLO hadden de majoor omsingeld, maar hij kreeg een vrije aftocht. Hij dirigeerde zijn manschappen richting het zuiden, alwaar hij zich aansloot bij de mannen van Qleia, in een paar dagen tijd had hij op drie plaatsen tegen de grens enclaves in genomen. Israël ging zich direct met de christelijke militie bemoeien, Haddad kreeg wapens en materiaal geleverd. In maart 1978 viel Israël Libanon binnen, en in het kielzog van de IDF rukten de militie van Haddad, De deFacto Force(DFF) eveneens op. Hierbij werd op grote schaal de mensenrechten geschonden. In het plaatsje al-Khiam werden, door de DFF 29 mensen geëxecuteerd en om ontdekking te voorkomen direct begraven in een massagraf. Na zware druk van de VN(resolutie 425) trok de IDF zich na drie maanden terug. Unifil nam de stellingen in van het Israëlische leger, in Zuid-Libanon, op een strook land na van 100km lang en 8 tot 20 km breed van Naquora aan de Middenlandsezee tot aan de berg Hermon en de rivier de Litani. Het overige gebied werd ingenomen door de DFF, waarna de buffer zone een feit was, in strijd met de VN resolutie. Toen Unifil deze gebieden binnen probeerde te trekken volgden hevige gevechten met de DFF, waarop werd besloten het hier maar bij te laten. De enclave had een bevolking van ongeveer 100.000 mensen, waarvan er ongeveer 60% shi'ïten waren en een goeie 30% christenen. De militie had ongeveer tussen de 2000 en 2500 leden en op hun hoogte punt zelfs 10.000 leden. In hun gebied oefende de DFF een waar schrikbewind uit, waardoor veel inwoners vluchten naar veiliger gebieden. Veel dorpen waren op deze manier omgevormd tot ware spookstadjes, waar de DFF en IDF graag van gebruik maakten om hierin te oefenen. De DFF had de taak het noorden van Israël te vrijwaarden van aanslagen door de PLO en hun links radicale bondgenoten.  Een taak die, althans volgens Israël, niet goed werd uitgevoerd door Unifil.
Na de tweede Israëlische invasie was het Israël echter ook duidelijk geworden dat de DFF,  faalde. In begin '83 werd dan ook een poging ondernomen om verschillende vormen van milities op te zetten. Om het vertrouwen van de zuid Libanese bevolking terug te winnen, werden er vooral moslims geronseld om deze milities te vormen. Veel militie leden hadden moorden en verkrachtingen op hun geweten, en door hun gedrag werden ze gevreesd, door de bevolking. Ze werden voortdurend beschermd door de IDF, wat niet kon voorkomen dat de Fiji militairen van Unifil er een aantal doodschoten. Op de kruising van Yatar en Kafra, werd er een roadblock ingericht, die nadat Dutchbatt dreigde in te grijpen werd beschermd door de IDF. Op dit road block kwamen de Laui's, ondanks de aanwezigheid van de IDF,  regelmatig tot conflicten met Duthbatt. Echter dit systeem van verschillende milities werkten ook niet echt. Verschillende malen heeft de IDF geprobeerd om de Amal te strikken, om de security zone te beschermen, maar daar waren ze door de opkomst van de Hezbollah te laat mee, Berri weigerde keer op keer. Toen in Januari 1984  Saad Haddad aan kanker overleed( hij werd opgevolgd door Antoine Lahad) greep de IDF deze mogelijkheid aan, om al deze milities en de DFF om te vormen tot het South Lebanon Army(SLA).
Lebanese Armed Forces

Van oorsprong is de Lebanese Armed Forces een strijdmacht die bestaat uit een marine, luchtmacht en landstrijdkrachten. In de oorlog van 1948 ondergingen de Lebanese Army hun vuurdoop door met twee bataljons de strijd aan te gaan met Israël. Door de Israeli Defense Force werden echter diverse Libanese grens- plaatsen ingenomen. Een jaar later werd er een wapen- stilstand overeen gekomen, waarbij de veroverde dorpen weer aan Libanon toe kwamen en het aantal Libanese militairen van de Army in het zuiden tot 1500 werd beperkt. Aan het einde van de zestiger jaren braken er de eerste gevechten uit tussen het Libanese leger en Palestijnse guerrilla’s. Doordat de Libanese leger door de opeenvolgende regeringen nogal verwaarloosd was werd het leger een kleine en zwakke organisatie. Dit en de verdeeldheid in de Libanese politiek leiden er toe dat het leger niet was opgewassen tegen de Palestijnse roeperingen die vooral vanuit Syrië Libanon binnentrokken. Door de Egyptische president Nasser werd er in november 1969 een overeenkomst tussen het Libanese leger  en de Palestijnse PLO afgedwongen het zogenaamde Cairo Agreement, waarin het de PLO werd toegestaan om in Libanon guerrilla bases in te richten, zolang zij de Libanese soevereiniteit maar erkende.Aan de andere kant werd het Libanese leger gedwongen de PLO te erkennen en daar waar mogelijk te helpen in hun strijd. In de eerste helft van 1973 braken er opnieuw gevechten uit tussen het Libanese leger en de PLO, de het Libanese luchtmacht bombardeerde zelfs het Palestijnse kamp Bur al-Barajneh. Tijdens het uitbreken van de oorlog in 1975 was het Libanese leger 18.5000 man sterk, waarvan slechts de helft gevechtstroepen. In januari 1976 kwam er een eerste breuk in het Libanese leger, toen luitenant Ahmed al-Khatib brak met het leger en een pro Syrische militie opzette de Lebanese Arab Army(LAA). Spoedig knoopte rond de 400 christelijke militairen in de zuidelijke grensplaats Qulay banden aan met de Israeli Defense Forces(IDF). Rond november van dat jaar sloot de gevreesde majoor Saad Haddad zich met zijn manschappen aan en legde binnen een week de basis tot wat de befaamde buffer zone  zou worden. Na de “Operatie Litani”en de vestiging van UNIFIL in het zuidelijke gebied heeft de legerleiding diverse pogingen ondernomen om legereenheden in het zuidelijke Tibnin te stationeren. Tot tweemaal toe werden konvooien van de Army door beschietingen van Haddad’s militie tot een rechtsomkeer gedwongen. Uiteindelijk werden enkele pelotons van het Libanese leger in het gebied toegelaten.
Een peloton van het Libanese leger was vertegenwoordigd op Al Yatun en verder een eenheid in Tyre barracks. Meer als symbolische aanwezigheid kon je het niet noemen. Men draaide symbolisch enkele diensten me op de road blocks en verder kreen men onderricht in de militaire beginselen zoals kaartlezen en kompasschieten.  
Op Tyre barracks waar ook een cie van Leb army was gelegerd stond een oude Duitse Tiger tank als monument en herinnering aan de Yom Kippoer oorlog. Tot slot nog een letterlijke blik in de keuken van deze eenheid
IDF Israel defense forces

Op 28 mei 1948 werd door Premier Ben Gurion de Israel Defense Forces(IDF) opgericht, de IDF is een leger, marine en luchtmacht onder één commando en vocht voor Israels onafhankelijkheid en bestaansrecht. Na de “onafhankelijkheidsoorlog” leefde Israël constant op voet van oorlog met de Arabische buurlanden, die leiden tot de volgende conflicten:
De "Suez Crisis" in 1956
De "Zesdaagse Oorlog"
"Slijtageslag Israël-Egypte" 1968-1970
De "Yom Kippur Oorlog" in oktober 1973
Vanaf 1965 kwamen de eerste Israëlische vergeldingsacties in Libanon. In 1968 kwam er een Israëlische reactie toen Palestijnen een El Al toestel kaapten in Athene. De Israelische luchtmacht  voerde een aanval uit op het vliegveld van Beiroet en vernietigde tijdens deze actie 13 toestellen van de Middle East Airlines. Gedurende de jaren zeventig kwamen er steeds meer aanvallen op Israëlische doelen door de Palestijnen vanuit Libanon. Het gevolg was dat de IDF steeds fellere aanvallen in Libanon uitvoerde. Toen er tijdens een actie van Palestijnen op de snelweg tussen Haifa en Tel Aviv meer dan 30 slachtoffers vielen, reageerde de IDF met een complete invasie, Operatie Litani. Ongeveer 30.000 militairen namen deel aan deze actie in een poging om de PLO en hun bondgenoten 30 tot 40 kilometer naar het noorden te verdrijven. De PLO bolwerken in Tyre en Nabatiya werden niet veroverd uit angst om het Syrische leger bij het conflict te betrekken. Door deze beslissing had de invasie niet het beoogde succes, de bevolking in het noorden van Israël lagen nog steeds in de gevarenzone. Israëls defensie is vrijwel uitsluitend de taak van het Israëlische Defensieleger (Israel Defense Forces - IDF), dat actief is op de grond, in de lucht en op zee. De IDF wordt beschouwd als één van de sterkste en meest geavanceerde legermachten in het Midden-Oosten. De wapensystemen en technologieën werden ontwikkeld door westerse  landen, voornamelijk de VS , door Israëls eigen militaire industrie (die ook weer technologieën exporteert), en historisch ook Frankrijken het Verenigd Koninkrijk. Alle Israëli's, mannen en vrouwen, hebben dienstplicht op achttienjarige leeftijd, maar islamitische en christelijke Arabieren, personen die fulltime religie studeren en vrouwen die zichzelf 'religieus' noemen, getrouwd zijn of kinderen hebben worden hiervan vrijgewaard. Dienstplicht duurt drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen (drie jaar in gevechtstaken). Na de dienstplicht moeten Israëlische mannen bij de IDF in reservedienst, een aantal weken per jaar, tot hun veertigste. Vrouwen gaan meestal slechts een of twee jaar in reservedienst.
Israël wordt alom gezien als een kernmacht: het bezit nucleaire faciliteiten en wordt algemeen beschouwd als in het bezit zijnde van kernkoppen. Israël heeft het Non-proliferatieverdrag niet ondertekend en niet alle nucleaire instellingen worden van buitenaf geïnspecteerd. Het land houdt een "nucleaire ambiguïteit" vol: het heeft altijd ontkend in het bezit te zijn van kernwapens, maar zegt wel de capaciteit te hebben ze te produceren. Na de invasie was het IDF overal en altijd aanwezig. Er werden  regelmatig huiszoekingen gehouden of hele dorpen afgesloten op zoek naar PLO'ers of medestanders.

De fronttroepen waren voor ons ontoegankelijk, dit in tegenstelling tot de reservisten die vaak in het Unifil gebied dienst deden. Reservisten werden voor een 1/2 jaar uit hun dagelijks bestaan gerukt en aten de soep niet zo heet waren ook ouder en bedaarder dan hun frontcollega's. Toch bleef het uitkijken zeker als er gefotografeerd werd, daar waren ook de reservisten niet van gediend. Dit had mede te maken met het negatieve imago van UNIFIL en het wantrouwen dat de Israelisch hadden over UNIFIL.
IDF patrouille in Tyre IDF patrouille in Tyre IDF halftrack in UNIFIL gebied
IDF post in Tyre huiszoeking bij onze buurman Israelisch-Libanese grens

US navy en marines

Het Amerikaanse bruggehoofd aan de kustweg tussen Damour en Beirut. Tevens het ontbindings- en verzamelpunt als wij met een Frans konvooi meereden naar Beirut. Voor de kust lag de US 6th Fleet met onder andere het vliegdekschip Nimitz en het slagschip New Yersey die met haar 42 cm kanons regelmatig het Shouf gebergte bestookte Verder lag daar het marinierskamp dat in oktober 1983 getroffen werd door een aanslag met een autobom waarbij 241 mariniers om het leven kwamen. De aanwezigheid van de US navy was nog een uitvloeisel van de aftocht van de PLO gedurende de belegering van Beirut door de IDF.